Codex Studiosorum Bruxellensis

La Mère Gaspard

Pagina 374 • Franstalige liederen

Le père en la mère Gaspard waren de uitbaters van het Brusselsstudentencabaret ‘Le Diable-Au-Corps’, in de wijk waar nu de Nieuwstraat ligt. Het werd in 1928 gesloopt voor de bouw van de warenhuizen ‘Innovation’.

Allons la mère Gaspard

Encor'un verre

(BIS)

Allons la mère Gaspard,

Encor'un verr', il se fait tard.

Si l' paternel,

Si le paternel revient,

On lui dira qu'son fils (sa fille)

Est toujours plein, plein, plein ...

Tijdens het zingen van deze regels klinkt iemand met de commilito links van hem, deze op zijn beurt met die links van hem en zo heel de corona (of om het even welke groep commilitones) rond. Diegene die aangeklonken wordt bij “tard” drinkt zijn glas ad fundum, terwijl de rest het woord “plein” blijft herhalen, totdat zijn glas leeg is. De commilito die gedronken heeft zet het klinken opnieuw in gang, en trekt zich dan terug uit de corona/groep. Dit geheel wordt herhaald tot er maar twee commilitones overblijven, die dan samen een ad fundum drinken. Dit liedje wordt typisch gezongen bij het einde van een activiteit, voor iedereen huiswaarts keert.