De Vlaamse Leeuw
Pagina 231 • Nederlandstalige liederen
Dit lied was tot begin jaren ‘90 één van de afsluiters van de cantus
Zij zullen Hem niet temmen
De fiere Vlaamse Leeuw
Al dreigen zij Zijn vrijheid
Met kluisters en geschreeuw
Zij zullen Hem niet temmen
Zolangéén Vlaming leeft
Zolang de Leeuw kan klauwen
Zolang Hij tanden heeft.
Zij zullen Hem niet temmen
Zolang één Vlaming leeft
Zolang de Leeuw kan klauwen,
Zolang hij tanden heeft.
De tijd verslindt de steden
Geen tronen blijven staan
De legerbenden sneven
Een volk zal nooit vergaan
De vijand trekt ten velde
Omringd van doodsgevaar
Wij lachen met zijn woede
De Vlaamse Leeuw is daar.
Hij strijdt nu duizend jaren
Voor vrijheid, land en Geus
En nog zijn Zijne krachten
In al hun jeugdgenot
Als zij Hem machteloos denken
En tergen met een schop
Dan richt Hij zich bedreigend
En vreeslijk voor hen op.
Wee hem die onbezonnen,
Die vals en vol verraad,
De Vlaamse Leeuw komt strelen
En trouweloos Hem slaat,
Geen enkele handbeweging
Die Hij uit 't oog verliest,
En voelt Hij zich getroffen
Hij stelt zijn maan en briest.
Het wraaksein is gegeven
Hij is hun tergen moe
Met vuur in 't oog, met woede
Springt Hij de vijand toe
Hij scheurt, vernielt, verplettert
Bedekt met bloed en slijk
En zegepralend grijnst Hij
Op 's vijands trillend lijk.