Toen Ik In Brussel Kwam
Pagina 221 • Nederlandstalige liederen
Toen ik in Brussel kwam
Die hoer stond aan de deur,
Ze waggelde met haar tetten
En ik stelde mijn eigen veur.
Poepeke zwam, zwam, zwam.
(BIS)
Toen ik naar boven ging
Die hoer lag op haar bed,
Ze deed haar beentjes open
En ik heb me d'rop gezet.
Toen ik naar buiten kwam
Ik voelde mij zo ziek,
Mijn piet begon te lopen
En ik moest naar de kliniek.
Toen ik in 't gasthuis lag
Die hoer kwam aan mijn bed,
Ze grabbelde onder 't laken
Maar mijn piet was afgezet!
Toen ik op 't kerkhof lag
Die hoer stond aan mijn graf,
Ze zei: "Hier ligt die smeerlap
Die zijn cens aan d' hoeren gaf!"
Moraal van het verhaal:
Toen die hoer van 't kerkhof kwam
Toen zag ze daar nen hond,
Met olifantenkloten
En ne piet tot op de grond!