Codex Studiosorum Bruxellensis

Ruiters Lied

Pagina 213 • Nederlandstalige liederen

T: Georg Herwegh, Burschenschaft Patrioten Tübingen, 1841
M: Justus Wilhelm Lyra, Burschenschaft Knorschia Bonn, 1843

Dit lied wordt door de laatstejaars gezongen. Voor ze beginnen worden de glazen gevuld.

De bange nacht is weeral om,

We rijden stil, we rijden stom,

We rijden ten verderve!

Hoe koud waait toch de morgenwind!

Weerdin, nu nog een glas gezwind

Voor 't sterven.

(BIS)

Hoe staat het jonge gras nu groen,

Maar bloeden zal het morgen doen,

Mijn eigen bloed zal 't verven

De eerste slok, met 't zweerd in hand,

Gedronken voor het vaderland

Voor 't sterven.

(BIS)
Hier wordt een eerste slok gedronken

De tweede slok van d'edele wijn,

Zal voor de heilige vrijheid zijn,

Voor vrijheid, have en erve;

Hier wordt de tweede slok gedronken

De rest zij nog een huldeblijk,

De laatst aan 't oud Romeinse rijk

Voor 't sterven.

(BIS)
Hier wordt het glas geledigd

Voor 't liefken, maar mijn glas is uit,

De spere blinkt, de kogel fluit,

Draag aan mijn kind de scherven,

Hier wordt het glas kapotgegooid

Vooruit nu naar de laatste slag.

O, ruiterslust in vroege dag.

En sterven.

(BIS)