Codex Studiosorum Bruxellensis

Pieter Breughel In Brussel

Pagina 205 • Nederlandstalige liederen

Wannes Van De Velde

Pieter Breughel de Oude

Zou opstaan uit de dood

Om de wereld te aanschouwen:

Was 't bloed er nog zo rood, als karmijn?

Zou er nog oorlog zijn?

Al eerst ging hem naar Brussel,

Naar zijnen atelier

En hij nam zijnen bussel

Penselen en wat houtskool mee

Naar zijn Brabantse stee.

Hij was nog niet vergeten

Waar dat zijn woonhuis was

Het was wel wat versleten

De memel woonde in zijn kas

Kapot was 't vensterglas.

Eerst vroeg hem aan de mensen;

Is Spanje hier nog baas?

Leefde naar eigen wensen?

Zijn ze nog even dwaas in ons land?

Of kregen ze verstand?

De mensen wouden Breughel

Zijn Brabants niet verstaan

Dus is hem stil en treurig

Naar een café gegaan, die daar in

Zijn jeugd al had gestaan.

Hij vroeg in 't zuiver Brabants

De kastelein om drank

Maar de patron die zei: "Pardon

Je ne comprends pas Flamand" emmerdant,

Dans le cœur du Brabant!

Pieter Breughel den Ouwe

Die dacht 't is weer zover

Da' ze hier den Geuze nog brouwen

Da's fijn maar dat 't in 't Frans moet zijn

Da vin'k een groot sjagrijn.

Het Spaans is nu verdreven

Uit ons klein vaderland

Maar nu hebben we gekregen

Het Frans aan de Marollenkant

Da's boven mijn verstand.

Piet Breughel is dan droevig

Terug naar zijn graf gegaan

Nadat hem op zijn kamer

Een heel klein maar een fijn schilderij

Vol kleur had doen ontstaan.

En daarop stond geschilderd

Ne Vlaming in 't gevang

't Gevang van zijn kompleksen

De sleutel ligt erbij aan zijn zij

Doet open, maakt hem vrij!

Tijdens het tweede Vrijzinnig Zangfeest van Vlaanderen in 1992 werd deze laatste strofe door Wannes Van De Velde zelf geactualiseerd:
En daarop stond geschilderd
Ne Vlaming in den val
De val van zijn kompleksen
’t Fanatisme staat erbij aan zijn zij
Zo geraakt hem nooit nie vrij!