Codex Studiosorum Bruxellensis

Het Lindenmeisje

Pagina 185 • Nederlandstalige liederen

T: Rudolf Baumbach, vertaling: Jef Vanden Eynde
M: ‘Keinen Tropfen im Becher mehr’, Franz Abb

'k Zoog uit 't glas het laatste nat,

Mijne beurs is leeg en plat

Dorstig hart en tonge!

't Is de schuld van uwen wijn,

Uwer oogjes hellen schijn,

Lindenmeisje, gij jonge!

(BIS)

"Nimmer schrijft men hier in 't krijt,

Wij zijn 't laatste brokje kwijt!"

Lacht het meisje lustig!

"Hebt gij gene duiten meer,

Leg uw reiszak hier maar neer

En drink op dan rustig!"

(BIS)

Zijnen reiszak heeft de gast

Gauw voor enen kruik belast!

Nu voor 't scheiden der zorgen!

't Meisje fluistert: "Jeugdig bloed,

G'hebt nog mantel, stok en hoed,

Drink en laat ze borgen!"

(BIS)

Zijne mantel, hoed en stok,

Ruilde hij voor enen slok,

Spraak bedroefd: "Vervlogen!

O, vaarwel, gij koele drank,

Lindenmeisje, jong en slank,

Vreugde mijner ogen!"

(BIS)

Het meisje fluistert nogmaals: "Blijf

G'hebt een hart nog in uw lijf;

Laat het mij ten pande!"

Wat gebeurde doe 'k U kond;

Op des meisjes roden mond

Warm een ander brandde!

(BIS)

Wie dit nieuwe liedje dacht

Zong het in de zomernacht

Lustig in den winde!

Voor hem stond het schuimend nat,

Nevens hem het meisje zat,

Onder de bloeiende linde!

(BIS)