Het Lindenmeisje
Pagina 185 • Nederlandstalige liederen
'k Zoog uit 't glas het laatste nat,
Mijne beurs is leeg en plat
Dorstig hart en tonge!
't Is de schuld van uwen wijn,
Uwer oogjes hellen schijn,
Lindenmeisje, gij jonge!
"Nimmer schrijft men hier in 't krijt,
Wij zijn 't laatste brokje kwijt!"
Lacht het meisje lustig!
"Hebt gij gene duiten meer,
Leg uw reiszak hier maar neer
En drink op dan rustig!"
Zijnen reiszak heeft de gast
Gauw voor enen kruik belast!
Nu voor 't scheiden der zorgen!
't Meisje fluistert: "Jeugdig bloed,
G'hebt nog mantel, stok en hoed,
Drink en laat ze borgen!"
Zijne mantel, hoed en stok,
Ruilde hij voor enen slok,
Spraak bedroefd: "Vervlogen!
O, vaarwel, gij koele drank,
Lindenmeisje, jong en slank,
Vreugde mijner ogen!"
Het meisje fluistert nogmaals: "Blijf
G'hebt een hart nog in uw lijf;
Laat het mij ten pande!"
Wat gebeurde doe 'k U kond;
Op des meisjes roden mond
Warm een ander brandde!
Wie dit nieuwe liedje dacht
Zong het in de zomernacht
Lustig in den winde!
Voor hem stond het schuimend nat,
Nevens hem het meisje zat,
Onder de bloeiende linde!