De Liereman
Pagina 184 • Nederlandstalige liederen
Der was eens ne liereman
Uit lieren ja gegaan
En wat vond hij onder
Zijne wegen staan:
Een overschoon juffrouw;
Een overschoon juffrouw.
En hij vroeg of zij een deuntje;
Op zijn liere spelen wou.
Die juffrouw sprak de liereman
Zo vriendelijk aan:
Zijt gij zeker dat de snare van
Uw liere nog zal gaan?
Kom mee naar mijn salet;
Kom mee naar mijn salet.
En dan spelen we een deuntje;
Op de liere in mijn bed
De speleman die speelde
Al zijn kleren uit
En de snaren van zijn liere
Stonden recht vooruit.
Ze slingerden alhier,
Ze slingerden aldaar.
En ze slingerden voor 't gaatje;
Van je weet wel waar!
En toen dat de liereman zijn
Lusten had voldaan.
Is hij met een slappe slinger naar
Zijn vrouwke toegegaan!
En zo komt hij naar huis;
En zo komt hij naar huis.
En hij komt er zonder geld en;
Met ne slappe slinger thuis.