Codex Studiosorum Bruxellensis

Het Lied Van Hertog Jan

Pagina 179 • Nederlandstalige liederen

T: Harrie Beex, 1947
M: Floris van de Putt, 1947

Loflied op Jan I Hertog van Brabant (1235–1294), één van de eerste in de Dietse volkstaal schrijvende dichters uit ons taalgebied. Zijn bekendste minnelied heet “Harba lori fa”, ofte “Eens meienmorgens vroeg ”. De zinsnede “Harba lori fa” zou uit het Provencaals afkomstig zijn “Herba flors fa”, wat in het Frans “l’herbe fait des fleurs” wordt ofte “het gras staat in bloei”. Hiermee had onze Middelnederlandse vriend het niet over zijn tuinierskwalitieten maar bedoelde hij hoogstwaarschijnlijk “ik sta heet”.

Toen den hertog Jan kwam varen

Te peerd parmant, al triumfant

Na zevenhonderd jaren

Hoe zong men 't allen kant

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa,

Na zevenhonderd jaren

In dit edel Brabants land

Hij kwam van over 't water

Den Scheldevloed, aan wal te voet

't Antwerpen op de straten

Zilv'ren veren op zijn hoed

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa

't Antwerpen op de straten

Lere leerzen aan zijn voet

Och Turnhout, stedeke schone

Zijn uw ruitjes groen, maar uw hertjes koen

Laat den Hertog binnen komen

In dit zomers vrolijk seizoen

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa

Laat den Hertog binnen komen

Hij heeft een peerd van doen

Hij heeft een peerd gekregen

Een schoon, wit peerd, een schimmelpeerd

Daar is hij opgestegen

Dien ridder onverveerd

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa

Daar is hij opgestegen

En hij reed naar Valkensweerd

In Valkensweerd daar zaten

Al in de kast, de zilverkast

De guldenkoning zijn platen

Die wierd' aaneen gelast

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa

De guldenkoning zijn platen

Toen had hij een harnas

Rooise boeren, komt naar buiten

Met de grote trom, met de kleine trom

Trompetten en cornetten en de fluiten

Want den Hertog komt weerom

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa

Trompetten en cornetten en de fluiten

In dit Brabants Hertogdom

Wij reden allemaal samen

Op Oirschot aan, door een Kanidasselaan

En Jan riep: "In Geus name!

Hier heb ik meer gestaan."

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa

En Jan riep: "In Geus name!

Reikt mij mijn standaard aan!"

De standaard was de gouwe

Die waaide dan, die draaide dan

Die droeg de leeuw met klauwen

Wij zongen alleman

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa

Die droeg de leeuw met klauwen

Ja, de Leeuw van Hertog Jan

Hij is in Den Bosch gekomen

Al in de nacht, niemand die 't zag

En op Sint Jan geklommen

Daar ging hij staan op wacht

Harba lorifa, zong den Hertog, harba lorifa

En op Sint Jan geklommen

Daar staat hij dag en nacht