Codex Studiosorum Bruxellensis

Komt, Vrienden, In Het Ronde

Pagina 170 • Nederlandstalige liederen

Opgetekend door J. Bols

Komt, vrienden, in het ronde,

Minnaars van enen stiel,

Ik zal U gaan verkonden,

Hoe ik door 't slijperswiel

Den kost verdien voor vrouw en kind,

Schoon blootgesteld aan sneeuw en wind.

Terliererom Terla!

Van linksom, rechtsom draait mijnen steen

Bij het roeren van mijn been,

Ju! Ju! Ju! Ju! Ju! Ju! Ju! Ju!

(BIS)

De smid die moet hard werken

Gestatig voor het vier;

Hij durft hem niet versterken

Met ene kan goed bier,

Terwijl ik ga op mijn gemak,

Soms ook wel met een lege zak.

De schoenpik, stijf gezeten

Op ene pikkelstoel

Mag kees en droog brood eten,

Maar als ik nood gevoel

Dan slijp ik tot den avond toe

En zo heb ik nooit arremoe.

De kleerfrik maakt ons kleren

Voor acht stuivers per dag

Wil hij den loon vermeren,

Hij snijdt meer dan hij mag

Maar ik met mijnen slijperssteen

Ik win meer op een uur alleen.

De maalder moet graan malen

Tot in het fijnste meel;

Hij doet dubbel betalen

Voor zijne droge keel

Maar ik door iever en door vlijt

Ik win mijn brood in eerlijkheid.

Mijn vrouw die roept victoria

Over den slijpersstiel

Zij vindt haar grootste gloria

In 't draaien van het wiel

Mijn kinders hebben geen ongemak

Zij lopen met den bedelzak!

Sa, vrienden, voor het leste

All' ambachten zijn goed,

Maar 't mijn is toch het beste,

Schoon ik soms slapen moet

Op hooi of strooi in enen stal:

Daar heb ik kost voor niemendal.