Codex Studiosorum Bruxellensis

Klokke Roeland

Pagina 168 • Nederlandstalige liederen

T: Albrecht Rodenbach, 1877
M: Johan De Stoop

Boven Gent rijst, eenzaam en grijs,

't Oud Belfort, zinbeeld van 't verleden;

Somber en groots, steeds stom en doods.

Treurt d'oude reus op 't Gent van heden;

Maar soms hij rilt en eensklaps gilt

Zijn bronzen stemme door de stede:

"Trilt in uw graf, trilt Gentse helden;

Gij, Jan Hyoens, gij Artevelden;

Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand

En luide storm in Vlaanderland!"

Een bont verschiet schept 't bronzen lied,

Prachtig weertov'rend mij voor d'ogen

Mijn ziel herkent het oude Gent;

't Volk komt gewapend toegevlogen.

't Land is in nood: "Vrijheid of dood!"

De gilden komen aangetogen,

'k Zie Jan Hyoens, 'k zie Artevelden,

En stormend roept Roeland den helden;

"Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand,

En luide storm in Vlaanderland!"

O heldenvolk, o reuzenvolk,

O pracht en macht van vroeger dagen!

O bronzen lied, 'k wete uw bedied,

En ik versta 't verwijtend klagen;

Doch wees getroost: zie 't Oosten bloost

En Vlaandrens zonne gaat aan 't dagen,

"Vlaanderen die Leu", trilt d' oude toren,

En paart een lied met onze koren;

Zing: "Ik ben Roeland, 'k kleppe brand,

Luide triomf in Vlaanderland!"