Klokke Roeland
Pagina 168 • Nederlandstalige liederen
Boven Gent rijst, eenzaam en grijs,
't Oud Belfort, zinbeeld van 't verleden;
Somber en groots, steeds stom en doods.
Treurt d'oude reus op 't Gent van heden;
Maar soms hij rilt en eensklaps gilt
Zijn bronzen stemme door de stede:
"Trilt in uw graf, trilt Gentse helden;
Gij, Jan Hyoens, gij Artevelden;
Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand
En luide storm in Vlaanderland!"
Een bont verschiet schept 't bronzen lied,
Prachtig weertov'rend mij voor d'ogen
Mijn ziel herkent het oude Gent;
't Volk komt gewapend toegevlogen.
't Land is in nood: "Vrijheid of dood!"
De gilden komen aangetogen,
'k Zie Jan Hyoens, 'k zie Artevelden,
En stormend roept Roeland den helden;
"Mijn naam is Roeland, 'k kleppe brand,
En luide storm in Vlaanderland!"
O heldenvolk, o reuzenvolk,
O pracht en macht van vroeger dagen!
O bronzen lied, 'k wete uw bedied,
En ik versta 't verwijtend klagen;
Doch wees getroost: zie 't Oosten bloost
En Vlaandrens zonne gaat aan 't dagen,
"Vlaanderen die Leu", trilt d' oude toren,
En paart een lied met onze koren;
Zing: "Ik ben Roeland, 'k kleppe brand,
Luide triomf in Vlaanderland!"