Kempenland
Pagina 166 • Nederlandstalige liederen
Kempenland, aan de Dietse kroon
Wonderfrisse perel,
Kempenland, welig zoete woon
Van de koene kerel.
Op de heide gloort de zon
Ons zo stralend tegen;
Of uit frisse hemelbron,
Ruist zo vro de regen.
Op de heide waait de wind
Vrij van haag en heg,
Op de heide waait de wind
Alle zorgen weg!
De eerste vier regels van de eerste strofe worden voor elke andere strofe herhaald.
Op de heide staat een huis
Rondom in het lover;
Wolken blank of grauw als gruis
Trekken traag daarover.
Op de heide zoete meid,
Hebt ge mij verkoren
Bij de gagel voor altijd,
Wij u trouw gezworen.
Kempisch volk, zo vrij en blij
Schoon van ziel en lijve;
Harde tijden gaan voorbij,
Maar een volk moet blijven.