Ik Ben Een Boemelaar
Pagina 151 • Nederlandstalige liederen
Geen enkele avond ben ik thuis, joedeladeliedelee
Mijn keelgat is een grote sluis, joedeladeliedelee
Ik zit hier eeuwig in de kroeg, joedeladeliedelee
Van 's avonds laat tot 's morgens vroeg.
Joedelaa, joedelee!
Ik ben een boemelaar, een reuze boemelaar
's Zomers en 's winters,
Mooi weer of niet.
Zie ik de bleke maan
Tussen de sterren staan,
Dan moet ik boemelen,
Of ik wil of niet.
Ik zuip van baloor en verdriet, joedeladeliedelee
College-lopen mag ik niet, joedeladeliedelee
Ik ben altijd het zwarte schaap, joedeladeliedelee
Wanneer ik daar mijn roes uitslaap.
Joedelaa, joedelee!
Mijn hospita ben ik tot last, joedeladeliedelee
Mijn vrienden vinden mij een kwast, joedeladeliedelee
Mijn meisje heeft het uitgemaakt, joedeladeliedelee
Want ik heb voor haar deur gekwaakt.
Joedelaa, joedelee!
Ik ga kapot, ik weet het wel, joedeladeliedelee
Mijn ziel gaat zeker naar de hel, joedeladeliedelee
Al staan de paters op hun kop, joedeladeliedelee
Toch hef ik nooit mijn boemel op.
Joedelaa, joedelee!
Wanneer ik op het exaam kom, joedeladeliedelee
Dan staan de profs gewoonweg stom, joedeladeliedelee
Wanneer ik na zo'n boemeljaar, joedeladeliedelee
Zoveel verstand aan wijsheid paar.
Joedelaa, joedelee!