Codex Studiosorum Bruxellensis

Drie Schuintamboers

Pagina 131 • Nederlandstalige liederen

Vrije vertaling van ‘Trois jeunes tambours’, 1745

Drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten

(BIS)

Van je rombom, wat maal ik er om

Die kwamen uit het Oosten, rombom.

Een van de drie zag daar een aardig meisje

(BIS)

Van je rombom, wat maal ik erom

Zag daar een aardig meisje, rombom

Zeg meisje lief, mag ik met jou verkeren?

(BIS)

Van je rombom, wat maal ik erom

Mag ik met jou verkeren? rombom.

Zeg jongeman, dat moet je vader vragen.

Zegt die van ja, dan kun je mij behagen

Van je rombom, wat maal ik erom

Dan kun je mij behagen, rombom.

Zeg ouwe heer, mag ik je dochter trouwen?

Zij is voorwaar, de schoonste aller vrouwen

Van je rombom, wat maal ik erom

De schoonste aller vrouwen, rombom.

Zeg jongeman, zeg mij wat is je rijkdom

(BIS)

Van je rombom, wat maal ik erom

Zeg mij wat is je rijkdom, rombom.

Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken,

Mijn rijkdom is, een trommel en twee stokken

Van je rombom, wat maal ik erom

Een trommel met twee stokken, rombom.

Nee schuintamboer, dan mag je haar niet trouwen,

Nee schuintamboer, ik wil mijn dochter houwen

Van je rombom, wat maal ik erom

Ik wil mijn dochter houwen, rombom.

Zeg ouwe heer, ik heb nog iets vergeten,

Zeg ouwe heer, dit dien je nog te weten.

Van je rombom, wat maal ik erom

Dit dien je nog te weten, rombom.

Mijn vader is Groothertog van Brittanje,

Mijn moeder is de Koningin van Spanje!

Van je rombom, wat maal ik erom

De Koningin van Spanje, rombom.

Zeg jongeman, dan kun je haar wel trouwen,

(BIS)

Van je rombom, wat maal ik erom

Dan kun je haar wel trouwen, rombom.

Nee ouwe heer, je kunt je dochter houwen

(BIS)

Van je rombom, wat maal ik erom

Je kunt je dochter houwen, rombom.