Boerenkermis
Pagina 123 • Nederlandstalige liederen
De oorspronkelijke versie van dit 18de eeuwse lied telt 6 strofen en werd onder de naam “‘s Werelds Handel” door Jan Frans Willems opgetekend in zijn “Oude Vlaemsche liederen”.
De boerkens smelten van vreugd en plezier
Als d'oogst is binnen gereden.
Zijn gaan met hunne boerinne te bier
En zij maken zeer goede sier,
De bezem steekt ten venster uit.
Men danst er, men speelt er al op de fluit
Op potten en pannen
Op glazen en kannen,
Op allerhande geluid:
Op messen, op schup en op zoutevat
Op hangel, op tangel, op dit en op dat
Op trommeltje rom, dom domme dom dom:
Op keteltjes, lepeltjes, tikke tik tang
En dat gaat zo de helen dag lang.
De boerkens hebben het aards paradijs
Door Adam verloren, hervonden.
Zij roeren de lepel als was het om prijs,
In de rijstpap die hemelse spijs.
De jonkheid kiest een liefje uit.