't Biervat
Pagina 118 • Nederlandstalige liederen
Een jongeling van 18 jaar
Kwam in Brussel studeren
Zijn vrienden die verkozen Leuven,
Dat kon hem niet deren
Zijn keuze was gemaakt
En hij wist wat daar op hem wachtte
Een wereld waar een mens
Baas is over eigen gedachten
Op zijn kamer en bureau
Was hij snel uitgekeken
Verveelde zich te pletter
En dus na enkele weken
Kreeg hij de kriebels in zijn bloed,
Hij wilde wat beleven
Besloot zich te verdiepen
In 't Brussels studentenleven
Hij liet zich dopen bij een club
En was meteen bezeten
Door 't Brussels uitgaansleven
Wou van niets anders meer weten
Cantus, fuiven en St-V,
Hij kon er niet van zwijgen
En deed met alles mee
Hij kon er niet genoeg van krijgen
Menig avond is hij moeizaam
Naar zijn kot gekropen
Nadat hij zich weer eens een keer
Te pletter had gezopen
De kater van de dag erop
Kon nog de pret niet drukken
Al wou wat wel begrijp'lijk is
't Studeren niet erg lukken
Het jaar liep op zijn einde
En de jongeling zou zakken
En kocht meteen een zilv'ren ster
Om op zijn klak te plakken
De rij van sterren groeide snel
Met af en toe een gouden
En elk jaar dat erbij kwam
Ging hij meer van Brussel houden
Na vele jaren van plezier
En enk'le van studeren
Kon hij met een diploma
In zijn hand naar huis toekeren
Maar ergens binnenin
Bleef hij de roep van Brussel horen
Hij kon er niets aan doen
Had er zijn hart voorgoed verloren
Dus telkens als in Brussel
d'Avond valt kun je hem verwachten
Hij fuift met de studenten mee
En keurt de nieuwe schachten
En samen gaan ze aan de rol
Zich Brussel eigen maken
Ja wie zich eens aan Brussel bindt
Zal er nooit weg geraken.