Codex Studiosorum Bruxellensis

Age Quod Agis

Pagina 107 • Nederlandstalige liederen

M: ‘De lichtjes van de Schelde’, Bobbejaan Schoepen
AVSG, 30e Vrijzinnig Zangfeest van Vlaanderen, 2015

Ik was nog een kind toen ik vaders klak zag,

ze lag tussen zijn oude kleren.

Ik ging naar hem toe en hij schoot in de lach.

Zeg jongen, ik zal jou iets leren...

Hij vertelde mij toen over zijn ouwe tijd,

over klak, labojas, pot en pint.

Hij zei wacht maar af tot ge ouder zijt,

en ge 't al'maal zelf ondervindt.

Zolang de student nog vrij kan denken,

zal de folklore nooit vergaan.

Ik kan me niets zo moois bedenken,

dan met men club op zwier te gaan.

Oude verhalen lijken beter,

maar dat is lang vervlogen tijd.

Dus hef nu allemaal de beker

en drink op de vrijzinnigheid.

Ik weet het nog goed al mijn jaren als schacht.

Mijn vaders verhaal leek verloren.

Niets gebeurt hier zoals ik 't had verwacht,

een nieuw tijdperk is aangebroken.

De tijden zijn anders maar 't lied klinkt nog fel!

Hier schrijven w'ons eigen verhaal.

Klinken en drinken dat doen we nog wel,

dus zing nu maar mee allemaal!

De zon komt al op en ik wankel naar huis,

de cantus is weer afgelopen.

'k geraak niet in mijn les, dus dat wordt weer een buis.

Zal straks met een kater rondlopen.

Weeral een avond die 'k nooit meer vergeet,

de vriendschap, 't gezang en 't jolijt.

één ding dat ik wel zeker weet,

folklore gaat mee met zen tijd!